VERSLAG REGIOBIJEENKOMST
De waarde van open data gedeeld

21 april 2017
                                                      
‘Een kijkje in de keuken van Open Data’ is de titel van de bijeenkomst die de gemeente Den Haag samen met Civity op 21 maart jl. heeft georganiseerd voor gemeenten in de regio. In een volle Haagse Lobby in het stadhuis van de residentie, met een fantastisch uitzicht op de Schilderswijk en Chinatown, zaten de specialisten van de verschillende gemeenten bij elkaar. Ervaringen delen over het ontsluiten van open data stonden centraal: hoe doen we het, voor wie doen we het, waarom en wat willen we ermee? 
 
Om een gezamenlijke richting uit te gaan, zo zei KING-programmamanager Geert-Jan Bruinier, is door VNG/KING een ‘high value datalijst’ opgesteld die als inspiratielijst dient en richting geeft. Begin met deze datasets en ga dan door, gebruikmakend van je opgedane kennis. Samenwerking tussen verschillende gemeenten is dan erg belangrijk. Uiteindelijk wil je naar standaarden toe; voor de inhoud, de metadata en het beheerproces. Dat vergroot de mogelijkheden voor hergebruik en slimme, nieuwe toepassingen. 
 

Samenwerken 

Den Haag is al enkele jaren bezig met open data, zo vertelden Antoine Gribnau en Isabella Tonioli, van de Haagse Beheerunit Open Data. Samenwerking met andere steden heeft Den Haag geleerd dat elke gemeente zijn eigen methodes kent. “De manier vooruit is standaardiseren, elkaar ondersteunen, oplossingen zoeken en vooral samen projecten en ideeën ontwikkelen en data gebruiken” aldus Isabella en Antoine. Den Haag gebruikt Dataplatform, net als 25 andere overheden, voor de ontsluiting van data. 

Delft is in juni 2016 begonnen, vertelt Hester Torn (Informatie adviseur bij de gemeente Delft). Er waren al veel data-gedreven initiatieven in de gemeente, maar overzicht en strategie ontbraken. Delft is gestructureerd te werk gegaan. Na een plan van aanpak, waarin onder andere techniek, kwaliteit, gegevenslandschap, metadata en communicatie in kaart gebracht waren, is de eerste set begin dit jaar tot stand gekomen: een bomendataset. Het volgende traject bestaat uit het in beeld krijgen van kosten, impact voor de organisatie en samenwerking in de regio. 
 

Dáárom en zó moet ‘t 

Wat kun je met data? Dat weet Stephan Okhuijsen als geen ander. Hij vertegenwoordigt als datajournalist ‘de gebruiker’ en heeft eindeloos veel voorbeelden. Als je alle binnenkomende telefoontjes naar de Belastingdienst in kaart brengt kun je zien dat je het best op donderdagochtend kunt bellen. Dan is de wachttijd niet meer dan twee minuten. 

Of als je gedurende meerdere jaren de dag registreert van alle geboortes in Nederland, zie je dat op 24 september de meeste verjaardagen worden gevierd. En dat deze mensen dus op 1 januari verwekt zijn. Zomaar een paar voorbeelden. 

Okhuijsen verwerkt veelvuldig open data in artikelen voor (digitale) media. Ook doet hij aan ‘fact checken’, tegenwoordig een populaire bezigheid, om beweringen op waarheid te toetsen. Hij raadt gemeenten aan om te investeren in metadata. Die zijn belangrijk voor de journalist. Een goede beschrijving, correcte metadata en bijvoorbeeld synoniemen helpen enorm om de informatie te vinden die voor hem van belang is. Hij noemt een voorbeeld dat zoeken op parkeermeters geen resultaat geeft, maar het zoeken op parkeerautomaten wel. 

In de metadata is ruimte om alle synoniemen te gebruiken. 

Voor hem is het ook belangrijk dat data actueel en compleet zijn. Verder wijst hij op consistentie en standaardisatie en pleit hij ervoor de data zo ‘plat’ mogelijk aan te bieden: geen plaatjes of PDF’s en voorzichtig met API’s. Dán zijn open data goud waard. 

 

Aan de slag! 

De sessie in Den Haag werd afgesloten met een aantal stellingen. Die leidden tot de volgende conclusies; 

  • Gewoon beginnen, ook als data niet volledig zijn en het management er nog niet compleet achter staat; 
  • Gezamenlijk (met omliggende gemeenten) optrekken in het aanbieden van open data; 
  • Afstemmen van de wijze van ontsluiten; 
  • En voortdurend van elkaar leren. 

De deelnemers aan deze sessie hebben afgesproken om over drie maanden weer bij elkaar te komen en in de tussentijd met een aantal concrete onderwerpen aan de slag te gaan.

< Ga terug naar het nieuwsoverzicht