Blogs

Civity heeft zich de afgelopen jaren gericht op open data van overheden. Met Dataplatform is er een oplossing die het makkelijk maakt (open) data te verzamelen, op te slaan en te ontsluiten.
Civity werkt echter al enige tijd aan een breder platform: het City Innovation Platform. We houden ons bezig met data-logistiek en data-management in de breedste zin. In eerste instantie was dit dus gericht op overheden, omdat we zagen dat gemeenten tussen 2012 en 2014 individueel begonnen met het ontsluiten van open data op hun eigen website. Nu we een aantal jaar verder zijn willen wij graag met ons platform de data van andere (commerciële) dataleveranciers, zoals energiebedrijven, woningcorporaties en mobiliteitspartijen kunnen ontsluiten en aanbieden aan andere partijen, zoals bedrijven, ontwikkelaars, journalisten en inwoners.

Waarom we dit willen? Partijen hebben vaak verticale oplossingen: ze hangen bijvoorbeeld een sensor op, meten luchtkwaliteit en koppelen er een app. aan. Risico is dat een organisatie straks met 20 verticale oplossingen te maken heeft. Zo zijn cross-overs tussen die data heel moeilijk te maken, omdat die verschillende partijen zich elk hun data toe-eigenen. Onze filosofie is dat wij geen eigenaar zijn van de data en wij geen app’s en toepassingen maken. Daar zijn anderen beter in. Wij maken een ‘knip’ tussen de data die je hebt en de toepassing met die data. Het is onze core business om die data veilig te verzamelen, te bewaren en te ontsluiten. Zo zijn wij de ‘nutsvoorziening’ voor datatoepassingen. Op die manier bieden wij toegevoegde waarde.

Utrecht was de eerste gemeente die meedeed aan Dataplatform. Het concept is dat iedere gemeente kan aansluiten bij Dataplatform.nl en dat elke gemeente zijn eigen platform (Utrecht.dataplatform.nl, DenHaag.dataplatform.nl enzovoort), huisstijl en identiteit eraan kan koppelen. Dit begon met open data, maar je ziet dat er in toenemende mate real time data beschikbaar komen. Denk aan sensoren die luchtkwaliteitsgegevens sturen, grondwaterstanden doorgeven, detectielussen in de weg die verkeersstromen meten, en ga zo maar door. Internet of Things noemen we dat.

Onze focus ligt op de stad (City Innovation Platform) en de partijen die daar actief zijn, zoals energiebedrijven, woningcorporaties en aanpalende organisaties, die allemaal bezig zijn ‘slimmere’ steden te creëren. Wij willen intermediair zijn tussen aanbieders van data (partijen die een sensor hebben opgehangen voor luchtkwaliteit of de netbeheerder die het energienetwerk monitort) en nieuwe toepassingen, zoals een app die inzicht geeft in je energieverbruik of een dashboard die de luchtkwaliteit laat zien. De aanbieder van de data blijft eigenaar van de data en bepaalt dus ook wat ermee gebeurt en voor wie ze beschikbaar zijn.

Gemeenten stimuleren bedrijven om slimme oplossingen te maken. Zo zijn er die goed zijn in visualisaties, dashboards en apps. Dat is niet ons werk. Wij zorgen, als een soort nutsvoorziening, voor de onderliggende infrastructuur en logistiek. Dat vraagt om heel andere competenties. Wij willen juist die partijen daarmee ‘ontzorgen’. Wij haken op dit gebied aan bij afspraken en standaarden die Europees worden gemaakt. Wij zijn zelf aangesloten bij de Fiware Foundation, een Europees initiatief om een open innovatie-omgeving te creëren, en bij TM Forum, een organisatie die zicht richt op standaarden en op open API’s voor smart cities. Zo kunnen die partijen die hier gebruik van willen maken, dat op een veilige en gestandaardiseerde manier doen.

Omdat we een open innovatie-omgeving belangrijk vinden, werken we samen met Utrecht om eisen en spelregels te definiëren voor het City Innovation Platform. Die moeten leiden tot afspraken voor een gelijk speelveld voor alle partijen. We creëren een nieuwe vorm van publiek-private samenwerking, waarin wij het platform leveren en Utrecht de eisen bepaalt. Als dat op de rit staat zijn deze afspraken ook zeer goed voor andere steden te gebruiken.

CIP
Het City Innovation Platform verbindt aanbieders van data en de nieuwe toepassingen op basis van deze data.

FIWARE Lab NL ondersteunt pilot op bedrijventerrein Calveen

Het ene bedrijf heeft meer auto’s dan parkeerplaatsen en dat veroorzaakt overlast, een ander heeft soms een halfleeg parkeerterrein. Kan dat slimmer? FIWARE Lab NL ondersteunt een pilot op bedrijventerrein Calveen in Amersfoort waar met behulp van sensoren parkeerplaatsen worden gedeeld. Amersfoort speelt daarmee in op de deeleconomie-trend en is de eerste Nederlandse gemeente die actief inzet op shared parking.

Wat is eigenlijk het probleem, zou je denken. Gemeente, leg extra parkeerruimte aan. Of vraag als ondernemer of je op het terrein van je buurman mag parkeren. Zo eenvoudig werkt het in de praktijk niet. De ruimte in het openbare gebied is vaak schaars en de uitstraling van een bedrijventerrein wordt niet aantrekkelijker als elk stukje groen verandert in een parkeerplaats. Parkeren bij de buren blijkt in de praktijk ook lastig, omdat de beschikbaarheid van parkeerplaatsen erg varieert.

Daarom moeten ondernemers en gemeente slimmer met elkaar samenwerken. Hoe doe je dat? Welke (financiële) prikkel geef je de buurman zodat je van zijn parkeerruimte gebruik mag maken? Hoe voorkomt die buurman dat hijzelf straks zijn auto niet kwijt kan wanneer hij dat wil? Hoe weet je bij welk bedrijf nog plek is, zonder CO2 uitstotend rondjes over het bedrijventerrein te rijden?

De smart city

Kortom, een typisch smart city-vraagstuk. Want om gelijk maar een groot misverstand uit de weg te ruimen: de smart city draait niet alleen om technologie. Technologie is ‘slechts’ ondersteunend aan de oplossing. Zo ook op bedrijventerrein Calveen, waar ondernemers, gemeente en IT-specialisten de koppen bij elkaar hebben gestoken voor een proef. De vragen die daarbij centraal stonden:

  • Hoe groot is het parkeerprobleem precies?
  • Hoeveel bedrijven zijn er met aanbod van parkeerplaatsen en hoeveel met een vraag?
  • Waar bevinden die bedrijven zich ten opzichte van elkaar?
  • Hoe ver wil je je werknemers laten lopen van hun auto naar de zaak?

En pas dán komt de vraag aan bod hoe technologie hier een rol bij speelt. Op Calveen resulteerde dat in een eerste inventarisatieronde en een pilot met mogelijke oplossingen. Er is gebruikgemaakt van luchtfoto’s, op tactische plekken zijn camera’s opgehangen en auto’s zijn uitgerust met apparatuur die hun locatie bepaalt.

Meten en conclusies trekken

Vervolgens is het een kwestie van meten en deelnemers werven. Vraag enkele bedrijven met een overaanbod een aantal parkeerplaatsen vrij te houden voor de proef. Monitor auto’s met meetapparatuur (beacons) om na te gaan waar ze parkeren. Bekijk camerabeelden; wat vertellen die? Waar slaagt de pilot wel en waar niet – en vooral: hoe komt dat?

En zo ga je steeds verder in gesprek. Deelnemers delen ervaringen tijdens vervolgbijeenkomsten. Maken praktische afspraken. Twijfels komen op tafel. De verschillende gebruikte methodes worden naast elkaar gelegd. Vaak komen deelnemers brainstormend al snel met praktische oplossingen.

Missie geslaagd

In Amersfoort is de pilot om parkeerplaatsen met een beperkt aantal deelnemers te delen geslaagd. De volgende stap is opschaling van het aantal bedrijven dat meedoet, zodat het aanbod vrije parkeerplaatsen toeneemt en meer parkeerplaatsen kunnen worden gedeeld. Tegelijkertijd zijn de deelnemers op bedrijventerrein Calveen druk bezig met nieuwe, meer op de situatie toegespitste pilots.

Zo bleken de op LoRa-technologie (zie kader) draaiende beacons erg goed te werken, dus wordt daarop doorgepakt. Verder wordt onderzocht of een dashboard haalbaar is dat realtime aangeeft waar vrije plaatsen zijn. Heb je als onderneming op de ene dag wel en op de andere dag geen plekken beschikbaar, dan wordt dat in het systeem verwerkt en doorgestuurd naar de deelnemende auto’s.

Meedoen

Is er in uw gemeente ook een parkeerprobleem? Wilt u de binnenstad aantrekkelijker maken? Inzicht krijgen in de luchtkwaliteit in de stad? Neem dan contact op via info@fiware-lab.nl om de mogelijkheden voor een pilot te bespreken.

 


 

LoRa + FIWARE = slimme toepassingen voor de stad

De pilot rond shared parking in Amersfoort wordt ondersteund door FIWARE Lab NL en maakt gebruik van het LoRa-netwerk van The Things Network (TTN). LoRa? TTN? FIWARE? Hoe zit dat ook alweer?

Vorig jaar werd in Utrecht het eerste FIWARE Lab van Nederland geopend. FIWARE, waarbij FI staat voor Future Internet, is een Europees netwerk dat ondernemerschap stimuleert. Ontwikkelaars mogen binnen de open ontwikkelomgeving van het Nederlandse Lab gratis apps maken op basis van generieke FIWARE-standaarden. Daarnaast biedt het FIWARE Lab NL bootcamps en smart city scans aan, en organiseert het events om partijen ook fysiek te verbinden.

LoRa is een technologie die staat voor long range, low power. Waar technologieën als wifi en 4G met name geschikt zijn voor zwaar datagebruik, richt LoRa zich juist op kleine datapakketten – denk aan enkele kb’s – die tegen een zeer laag energieverbruik worden verstuurd. Daarmee is LoRa zeer geschikt voor Internet of Things-toepassingen (IoT), zoals het versturen van data die door ‘slimme’ afvalbakken worden gegenereerd of in dit geval door auto’s die met beacons zijn uitgerust.

LoRa is een zogenoemde open source-techniek, wat betekent dat iedereen van de techniek gebruik mag maken. The Things Network (TTN) is een aanbieder die bezig is met het uitrollen van een open LoRa-netwerk dat zich richt op IoT-toepassingen.

TTN en FIWARE Lab NL hebben sinds kort hun krachten gebundeld binnen ConCaVA, een techniek die wordt ondersteund door het ministerie van I&M en de gemeenten Amersfoort, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Utrecht. ConCaVa zorgt dat sensordata van apparaten die verbonden zijn met het LoRa-netwerk van TTN worden gedecodeerd en verwerkt in de FIWARE-omgeving.

Dat werkt in het geval van shared parking als volgt:

  1. De auto die is uitgerust met een beacon (sensor) verzamelt data over de locatie waar hij zich bevindt.
  2. De sensor verstuurt deze data via het LoRa-netwerk van TTN.
  3. Door ConCaVa wordt deze data afgeleverd bij het FIWARE Lab NL, gedecodeerd én verwerkt in de zogenoemde Context Broker.
  4. Hierdoor is de verwerking van de sensordata in standaard FIWARE-modules (Generic Enablers) mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan visualisatie van de data in een grafiek.
  5. Gebruikers krijgen beter en eenvoudiger toegang tot de betekenis van data en de uitkomsten kunnen worden gepubliceerd.

Kortom, de gegenereerde data worden nog beter ontsloten en ontwikkelaars kunnen eenvoudiger applicaties ontwikkelen die iets met de sensordata doen. Doordat de techniek open, generiek en veilig is, voldoen gemeenten en andere organisaties vanzelf aan de eisen die aan dataverzameling en -publicatie worden gesteld.

Meer weten over de mogelijkheden van ConCaVa? Neem dan contact op via FIWARE Lab NL: info@fiware-lab.nl

‘Het draait vooral om het netwerk’

Zeg je Hilversum, dan zeg je mediastad. Maar het medialandschap verandert en de stad verandert mee. Informatiedeling, dat is een van de kernwoorden waar het nu om draait. Daarom maakt Hilversum sinds kort gebruik van Dataplatform.

‘De vraag hoe je burgers toegang kunt geven tot informatie staat steeds meer centraal in medialand. De gemeente Hilversum wil daar een rol in spelen.’ Aan het woord is Gaston Crolla, adviseur regionale strategie bij de gemeente Hilversum. Hij legt uit dat de gemeente druk bezig is met het ontsluiten van haar data en het ondersteunen van datagedreven initiatieven, een beweging die de laatste maanden in een stroomversnelling is geraakt.

Daarbij gaat de gemeente niet over één nacht ijs. Zo is onlangs het LoRa-netwerk uitgerold in Hilversum, een technologie waarmee op energiezuinige wijze informatie kan worden uitgewisseld tussen objecten en systemen. Crolla: ‘Afgelopen donderdag hebben we de eerste LoRathon – een knipoog naar het woord hackathon – georganiseerd, een event waarvoor we mediabedrijven en andere partijen uitnodigden om samen tot nieuwe toepassingen te komen. We willen hier een maandelijks event van maken.’

Van data naar relevantie informatie

Bijna tegelijkertijd is de start van De Virtuele Stad (DVS) aangekondigd, een project van Dutch Spring waarvan de gemeente Hilversum launching customer is. Het idee achter DVS is dat burgers op basis van slimme algoritmen aan relevante informatie over de stad kunnen komen, vertelt Crolla. ‘Want er zijn steeds meer data beschikbaar, maar hoe kom je bij de voor jou relevante informatie?’
En dan is er nog Locali, waarvan Hilversum eveneens launching customer is. Deze app, die nu nog in de ontwerpfase zit, heeft als doel de communicatie tussen burgers en gemeente anders te organiseren. Crolla: ‘En daar zijn data en kennis van de gemeente bij nodig, nog een reden om onze data beter te ontsluiten.’

Het is niet toevallig dat de gemeente Hilversum juist nu bij dit soort ontwikkelingen betrokken is. Samen met de gemeenten Utrecht en Amersfoort maakt Hilversum namelijk onderdeel uit van het Economic Board Utrecht (EBU), dat als doelstelling heeft koploper te worden op het gebied van open data. Crolla: ‘We moedigen anderen aan om mee te doen, we willen een beweging op gang brengen. Aanstaande donderdag, tijdens de Campus Party, ondertekenen we met een groot aantal gemeenten in de provincie Utrecht een convenant dat deze doelstelling onderschrijft.’

Betrouwbare informatie waar iedereen bij kan

Gelijktijdig met dit soort initiatieven maakt de gemeente Hilversum ook haar eigen data toegankelijk voor de buitenwereld. Daarbij maakt ze gebruik van Dataplatform, licht informatiemanager Jan Willem Woolderink toe. ‘Er worden veel applicaties ontwikkeld door burgers en bedrijven. Om deze ontwikkelingen aan te moedigen, willen wij betrouwbare informatie ontsluiten waar iedereen goed bij kan. Wij hebben gekozen voor Dataplatform omdat het daar niet alleen om de applicatie gaat, maar vooral om het netwerk. Een voordeel is dat we de data ook meteen via Data.overheid.nl kunnen ontsluiten, door het gebruik van de DCAT-metadatastandaard.’

Bij Dataplatform zijn namelijk steeds meer overheden aangesloten die samen nadenken over toepassingen en bijvoorbeeld afspraken maken over datastandaarden. ‘Daarmee voorkom je dat ontwikkelaars de data van de ene gemeente gebruiken voor hun applicatie en bij de volgende gemeente met andere formaten worden geconfronteerd’, legt Woolderink uit. ‘Bovendien leren we er zelf veel van. We zitten samen met die andere overheden in een online omgeving waar we elkaar op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen en ideeën uitwisselen.’

De stip op de horizon? Alle openbare informatie waar behoefte is ook echt openbaar aanbieden. Het doel is eenvoudig: zo snel mogelijk zoveel mogelijk data ontsluiten. Maar wel kwalitatief goede data, voegt Woolderink eraan toe. ‘De kwaliteit van de bestanden is sterk wisselend. Daarom zijn we begonnen met het laaghangend fruit: de data die weinig bewerking vereisen. We zijn net gestart, maar hebben het tempo er lekker in zitten. Het mooie daarbij is dat alles wat we nu publiceren, ook gelijk via Data.overheid.nl ontsloten is. Twee vliegen in één klap.’